Jan van Loon realist?
Foto van een ter plekke gemaakt schilderij van de kust van Bretagne tijdens een (werk)vakantie rond 1967-68.
Die vraag mag best gesteld worden, vooral omdat Jan zelf in het verleden graag verkondigde dat een schilderij moet weergeven wat je ziet, liefst zonder verhaal, niet anekdotisch. Een realist pur sang zou je zeggen. Nu zijn de schilderijen van Jan in hun uitbeelding realistisch. Los van de vraag of de getoonde situatie dat nu in strikte zin wel of niet is.Want heel af en toe komen we bijvoorbeeld wel eens iets onwezenlijks als een gevleugelde tegen, of iets anders fantasievols. Waar het in deze echter om gaat is dat in het werk alle ingrediënten, op zich, als bestaand of als bestaand denkbaar zijn, en als zoda- nig een afspiegeling van de waarneembare werkelijkheid. Dat is niet altijd zo geweest. In de jaren zestig, als hij net zijn opleiding heeft voltooid in Den Haag, is het een en ander aan het kantelen in de kunstwereld. De invloed van de Amerikaanse kunstcriticus Clement Greenberg (1909-1994) is dan op zijn grootst, ook in Europa. Als voorvechter van de avantgarde in de kunst is de status van Greenberg sinds de jaren dertig (hij lanceerde o.a. Pollock, de Kooning en Newman) steeds meer gegroeid. In de jaren zestig is hij zelfs een soort van kunstpaus geworden en ook steeds radicaler in zijn oordeel van wat wel en geen kunst is. De formuleringen van zijn theorieën zijn vaak zo complex dat ze ondoorgrondelijk worden, maar plat gezegd komt het hier op neer: het moet allemaal platter. Het gaat niet meer om de eeuwenoude driedimensionaliteit en al helemaal niet om de inhoud, de verbeelding, of het verhaal. Nee, het gaat om het doek, om de verf, om de tweedimensionaliteit. In Greenbergs ogen is dat de weg naar een eindpunt in de evolutie van de (schilder)kunst. Er zijn schilders die hun bestaande werkwijze aanpassen of overboord gooien. En schilders aan het begin van hun loopbaan willen die boot niet missen en stappen in het ex cathedra aangewezen spoor.
Eigen foto (1969) van een rots in Bretagne.
Abstracte weergave in olieverf van de rotsen in Bretagne
Detail in Breughels schilderij
Pieter Breughel, aanbidding der wijzen, 1564,o-p, 112,1x83,9cm, National Gallery, London
Dat doet Jan ook, als hij rond 1967-68 met zijn vrouw naar Bretagne afreist en daar rotsformaties schildert én als hij in 1969 met zijn gezin in een kampeerbus naar het zuiden van Europa trekt. Daar schildert hij opnieuw rotsen, maar nu die bij Montserrat. Die rotsen van Bretagne (afbeelding hierboven) herinner ik me vaag. Ik was daar namelijk al bijna 10 jaar eerder dan Jan. Als schilder in wording en amper 3 jaar oud. Samen met mijn zeer jonge ouders én grootouders op vacantie, dat toen nog met een 'c' geschreven werd. Mijn grootvader, de schilder J.C. Busé (1891-1974), heeft daar daar toen vele, prachtige zwart-wit foto's gemaakt, maar - en dat is echt opvallend - hele series van die kale rotsen. Dat zegt wel iets over de kennelijk daarin besloten artistieke lading. De rotsen in Bretagne zijn van graniet en hebben een rood-roze tint en tonen een netwerk van vrij strakke lijnen. Het laat een mozaïek aan vlakken en vlakjes zien. De schilderijen die Jan van Loon naar aanleiding daarvan maakt, zijn vlak en hebben warme aardkleuren, die zijn 'gebed' in grijzen. Zo'n beetje het kleurenpalet dat Pieter Breughel (1520/26-1569) een half millennium eerder toepaste in bijvoorbeeld diens 'Toren van Babel' of de 'Aanbidding der Wijzen'. Jan gebruikte hetzelfde spectrum, maar 'alle verhaal' is eruit geslagen en de zaak mooi plat. Dit, waarschijnlijk geheel tot tevredenheid van Clement Greenberg.
In Montserrat maakte Jan van Loon in 1970 een aantal aquarellen van de fantaschilderijen van rotsformaties de aldaar. Deze werken zijn veel minder 'verplat' dan de formaties van Bretagne.
Recente foto van de berg Montserrat, dat eigenlijk 'gekartelde' of 'gezaagde berg' betekent. Er is een klooster. Het bedevaartsoord van weleer is - op ongeveer 50 kilometer van Barcelona - thans ook een drukbezocht toeristenoord geworden.
In het Catalaanse Montserrat - Jans volgende halteplaats op zijn zoek en bedevaartstocht, én tevens de geboortegrond van Salvador Dali (1904-1989) - kennen de rotsen een heel andere formatie en structuur. Ze zijn groot, grillig en werden miljoenen jaren geleden omhoogge- stuwd, waarna de erosie van weer en wind - Gods eigen, krachtige penseel - de rotsen hun huidige, afgeronde uiterlijk gaven. Geen won- der dat deze rotsen meer verleiden tot het zien van menselijke of dier- lijke vormen. Kortom: deze rotsen slaan in hun abstractie de verbeel- ding niet plat, maar roepen hem juist op. Er is weinig fantasie voor nodig om in beide rotsen links (in zowel de gewaterverfde als de gefotografeerde) een rustende reus te zien. Een schetsmatig menspersoon. Men schijnt in deze bijna surrealistische omgeving ook ergens 'de olifant' in de rotsen te kunnen vinden. Wie weet vond Dali hier wel de oergrond voor zijn éclatant surrealisme? Met die meer duidende schetsmatigheid, zoals hier in de aquarel, was Jan van Loon al iets eerder bezig geweest. Dat was halverwege de jaren 60, toen hij een serie 'Gevangenen' maakte. Daarin is het realisme ook ver te zoeken, al is er wel degelijk sprake van een herkenbare figuratie, die in dit geval een beetje 'Guernica-achtig' aandoet.
In 1965 maakte Jan van Loon een serie "Gevangenen" in een impressionistisch getinte stijl.
Picasso, Acrobaat en kleine harlekijn (gespiegeld), 1905, gouache, 76x105cm
1971 De wereld is in beroering en verandert in hoog tempo. De oplopende spanning vertaalt Jan van Loon in een symbolisch verbeeld 'Onheil', maar ook deze stijl zet hij niet door.
Er de lopen in de jaren de 60 dus wel meer Spaanse draden door het werk. In de poses van de gevangene is bijvoorbeeld enigszins de getormenteerde lijnvoering waar te nemen van Picasso's werken uit begin 1900. Maar niet alleen in lijn; ook in de vlakopvatting zien we de echo's van Picasso's werken, zoals in de rechthoekige, ietwat willekeurige kleurvlakken rond de figuren.
Hier is duidelijk nog een jonge schilder aan het werk. Zoekende en een kind van zijn tijd. Een tijd waarin bijvoorbeeld de Vietnamoorlog om aandacht vraagt. Niet alleen in de media, maar ook in de kunst. Zo werd van het jaar 1968 in termen van moord, doodslag, oorlog en revolutie één van de meest roerige jaren uit de recente geschiedenis. Jan voelt zich betrokken en probeert op zijn manier zijn gevoel voor recht en onrecht een artistieke vorm te geven. Er is een boodschap en die moet doorgegeven worden. Maar hoe? Jan probeert weer een andere stijl en flirt nu wat met het symbolisme. Ook dat zint hem niet helemaal.
Eveneens in 1971 schildert Jan 'Something is happening there', een veel meer verhalend schilderij.
Co Westerik, landschapsstudie begraafplaats, 1958, o-p, 85x90cm
Co Westerik, Omhelzing, 1965, o-d, 50x60cm
Ook de popsongs uit die tijd zijn regelmatig Natuurlijk maatschappijkritisch. Natuurlijk is één van de grootste idolen uit die tijd Robert Allen Zimmerman oftewel Bob Dylan. Deze schrijft en zingt in 1965 'The Ballad
of a Thin Man' met het refrein: 'Something is happening here and you don't know what is. Do you mister Jones?" De song lijkt te gaan over een oudere reporter (Mr. Jones) die kennelijk verslag probeert te geven van de jongerencultuur, van de nieuwe (hippie)beweging, maar er eigenlijk geen snars van begrijpt. Jan van Loon gebruikt het refrein als titel voor zijn gelijknamig schilderij. In het gras zien we een meisje op haar rug liggen dromen, of luisteren naar de muziek (?) uit de transistorradio vlakbij in het gras, terwijl in de achtergrond een onheil plaats vindt, een stad lijkt in te storten. Is dit weer een commentaar op de wellicht wat hedonistische kant van de jeugd? En wat doen die twee mannen links? Bespieden die het zonnebadend meisje in het gras? Mengt hier, de toen zeer gelovige, Jan het Bijbelverhaal Suzanne bij het baden door de twee ouderlingen bespied op zijn palet? Leonard Cohen had in 1967 net zijn Suzanne uitgebracht en dat was toen een wereldhit. Wardraden en mengsels roerige tijden.
Maar Jan mengt meer, want ook stadsgenoot Co Westerik (1924), docent aan de Haagse Academie, laat hier een stempel achter. Hij kon als bijna geen ander iets dreigends 'in the air' laten hangen zonder dat nou duidelijk werd wát dat dan precies was. En ook kon hij op ontroerende wijze spelen met onschuld, met meisjes die opgaan in een eigen wereld. De twee werken linksboven zijn uit die vroege tijd. En jawel: toen al had Westerik ook al zijn (eerste versie in 1966 van zijn) beroemde 'Snijden aan het gras' gemaakt.
Jan van Loon, Kratermeer Ijsland I, 1993, o-d, 96x118cm
Jan van Loon,Ijsland, 1991, aquarel 47x35cm
Jan van Loon, Kratermeer IJsland III, 1993, o-d, 120x145cm
Jan bewandelt deze weg echter niet verder en is - letterlijk - alweer onderweg. Naar IJsland bijvoorbeeld. Om er het landschap te schilderen. Forse doeken maakt hij, neergezet in forse streken. En dan zie je dat de abstractie niet langer gezocht en geïsoleerd wordt (zoals bij de eerdere rotsen), maar dat het zich gewoon, als onderliggende laag in de realiteit van het waargenomene, openbaart. Het kale, koude en desolate vulkaaneiland leent zich natuurlijk bij uitstek voor het nog bijna in een 'goddelijke staat' verkerende landschap, iets dat Jan zeker aangesproken zal hebben. Een wereld nog nauwelijks aangeroerd door de mens; een aards maar huiveringwekkend paradijs. Jan doopt zijn verf luchtigjes in napjes waterverf en temt daar het woeste landschap mee. Een kratermeer, in al zijn ijzigheid, verlokt hem opnieuw tot een bijna abstracte opvatting van het landschap, maar zonder de context van de waarneembare werkelijkheid te loochen, zonder te gezochte uitsneden, of verplatting. Het zijn de lessen van de rotsen in Bretagne en Montserrat die hier glansrijk verzilverd worden.
Hospita.
Zelfportret met lach en pruik
Zelfportret Jan Steen als luitspeler
Rembrand, Zelfportret als lachende figuur
Niet alle kunstenaars zijn altijd met evenveel talent gezegend. Sommigen moeten er echt harder voor werken dan anderen. En daaronder vinden we niet de allerminsten. Zo ploetert Van Gogh er lange tijd duchtig op los, maar... eenmaal los, stijgt hij tot ongekende hoogten. Jan moest ook aan de bak, maar had wel de voorsprong van een gelukkige tekenhand. Hij kon al vroeg snel en raak weergeven wat hem voor ogen kwam. Het verklaart deels zijn snelle manier van werken. Waar andere schilders nog moeten schaven en schikken, daar staat het er bij Jan al goed op. Wellicht dat daardoor een ander artistieke uitdaging hem op het lijf geschreven is: het portret. Hij begint al vroeg met zichzelf in de spiegel, maar ook andere mensen trekken aan hem voorbij: zijn hospita, zijn familie, bekenden, buren, collega's, politici en passanten. We zien het al aan de hospita, een heel vroeg schilderij uit 1963. Het niveau is direct hoog en blijft dat; hoogstens wijkt de lijn wat meer voor het vlak. Later zet Jan een pruik op en zie: hij vliegt meteen terug naar de 17e eeuw en beeldt zichzelf af als een lachend persoon. Dat lachen was iets dat pas in die eeuw in artistieke zin werd 'ontdekt'. Rembrand kon dat overtuigend weergeven in een razendsnelle studie, waarvoor hij zichzelf ook wellicht even verkleedde. Frans Hals kon het ook flitsend snel. Het lijkt wel of Van Loon hier een beetje met zijn Gouden Eeuw Collega's aan het sparren is. Maar een 'Meester van de Lach' is toch onbetwistbaar Jan Steen en daar lijkt die andere Jan hier olijk naar te knipogen...
Zwakzinnigen serie nummer 19
Zwakzinnigen serie nummer 17
En vanwege die trefzekerheid is hij ook instaat om de gehele figuur snel goed vast te leggen. Een mooie proeve van bekwaamheid toont hij ongewild in zijn zwakzinnigen-serie van rond 1990. Patiënten die zich niet laten vertellen stil te zitten, die geen mooie houdingen aannemen, maar voortdurend en ongeveinsd zichzelf zijn. Ook deze (jonge) mensen zijn gevangen, zitten vast in hun afwijking, hun spin
sels, hun nachtmerries, of wanen. Dat is dramatisch. Net zo dramatisch als de figuren uit Jans vroege gevangenen-serie uit de jaren 60. Maar nu niks Picasso, niks vervorming van de werkelijkheid om 'pijn' uit te drukken, of welke gemoedtoestand dan ook. Al wat nodig is, is een trefzeker oog en hand. Die grotendeels aangeboren trefzekerheid zou Jan zijn hele carrière houden. Of het nu om stilleven, portret, figuur of landschap, of een mengvorm daarvan gaat, zoals bijvoorbeeld een gewoon groepje mensen op straat. Jan heeft daarin zijn drang tot vertellen, weten om te buigen naar beelden die voorstellen wat ze voorstellen; zwijgend, niets anders vertellend dan hun eigen verhaal in verf of lijn.
Reizigers o-d 1992 85x110cm
Reizigers o-d 1992 80x100cm
Reizigers zijn altijd onderweg. Jan ontdekte het gegeven toen hij in 1982-1984 zelf veel onderweg was i.v.m. de tentoonstellingen in Amerika. Ook hieruit zou een serie ontstaan, maar het thema zelf zou hij ook in latere jaren bij herhaling nog eens oppakken.
Waar zijn wij? 2007, o-d, 150-200cm
Douche 1998, o-d, 38x37cm
Uitzicht z.j. o-d, 31x41cm
En toch... Toch moet er soms echt nog iets verhalend uit, zoals de zoekers en de dromers op het wad; de mensen die zich afvragen: 'waar zijn wij?' Voor Jan een zeer wezenlijke vraag. Of hijzelf, als een naakte Icarus, pardoes geland op een druk kruispunt met diezelfde vraag 'waar ben ik?'. Soms ook, lijkt het alsof zijn registrerende studies van bijvoorbeeld golven, en van de mensen in die golven, kunnen leiden tot een verhalend schilderij als Douche. Want de alledaagsheid van een druppelende douche kan, juist door al die waterbeelden, aanvoelen als een heerlijke golf die, uit zijn (douche)kop, weldadig het water op je hoofd laat spetteren. Jan is volgens eigen zeggen in wezen tamelijk lui en gemakzuchtig. Ook daarvan heeft hij al een paar keer in verf op treffende wijze uitdrukking aan gegeven. Toch zijn het vaak juist deze mensen - degene die zich van nature met een zekere ledigheid bekleed weten - die desondanks tot de actiefste lui behoren. Ik denk dat een klein beetje te weten omdat ik die eigenschap met hem deel. Het liefst deed ik niets, maar ja... er is nog zoveel te doen! Die grondhouding, en de wil om iets van je leven te maken, én de wetenschap (of de christelijke boodschap) dat je je gegeven talenten toch ook niet mag verspillen, hebben Jan van Loon 80 jaar onderweg begeleid. En gebracht tot waar hij nu is.