Voor Jan van Loon betekent 2018 dat hij in april van dat jaar acht decennia geleden in Harlingen het levenslicht zag. Kunstenaars die tachtig worden; dat gegeven blijft toch - ondanks de voortschrijdende levensverlengende mogelijkheden van onze geneeskunde - tamelijk opmerkelijk.
Een flink aantal haalt het niet eens (en heus niet altijd vanwege het ingesleten burgerlijk stereotiep van
een een losbandigheid in veelwijverij, drugs of
alcoholgebruik, of nog dodelijker: combinaties daarvan. En wie de gerijpte leeftijd toch haalt, wil dan ook wel eens van zijn of haar rust genieten. Zou je zo
zeggen. Ontegenzeggelijk zal dat voor veel beroepen gelden, maar het beroep van kunstenaar is daarop een uitzondering. De verklaring is eenvoudig: kunstenaar wordt je niet, dat ben je. Het is daarom geen beroep, maar een roeping
Onderweg
Negen jaar geleden was Har Sanders (1929-2010) de eerste 88-jarige
die een overzicht van zijn werk liet zien in Museum Møhlmann, waarbij tevens de onderhoudende museumuitgave "80 jaar eigen weg"
verscheen. Jan van Loon neemt nu van hem het stokje over en ook
van. en over hem, wordt het een en ander in deze publicatie "80 jaar
onderweg" geboekstaafd. Zonder het oogmerk volledig te willen zijn,
maar wel met het doel een schets van leven en werken te presenteren,
waarin we Jan van Loon toch iets nader leren kennen.
De titels van beide boekjes verwoorden allebei een zekere eigenzinnigheid en dat is meteen ook wel een eigenschap die je als kunstenaar moet hebben teneinde jouw 'weg' een kleur en vorm te geven
die opvalt, die eigen is, en die maakt dat het als van jouw herkend en
erkend wordt. Dat geldt zeker voor het werk van Jan van Loon. Zijn
geschilderde oeuvre - in zowel waterverf als olieverf - heeft een volstrekt eigen palet, dat enigszins 'arm' in kleur is, maar 'rijk' in zijn
schakering. Een 'Jan van Loon' haal je er zo tussen uit. Voeg daarbij
de bijna zichtbare snelheid en de wat 'hoekige', een beetje 'kubistische' aanpak van de vorm en het onderscheid met anderen is helder.
In die snelheid zit nog iets anders verborgen: een soort vavan rusteloos
heid. Het is alsof de schilder bevlogen van een moment of plek dat zo
snel mogelijk wil vastleggen. Dit, omdat het ook zomaar weer verdwenen kan zijn en ja...ook omdat hijzelf zo weer verder moet, want hij is
immers onderweg. Altijd.
Die rusteloosheid is op een bepaalde manier wel kenmerkend voor
Jan, die eigenlijk een enorm actief bestaan achter zich heeft liggen
en nog steeds energiek van alles aanpakt en onderneemt. Voor een
deel ligt dat ook aan het zich 'speelballerig' onderwerpen aan het lot.
En zo belandt hij in zijn jeugdjaren al vrij snel steeds verder van zijn
geboorteplaats Harlingen om als dertiger zelfs zijn ontslag te nemen
als docent en in een eigenhandig omgebouwde bestelbus met zijn
jonge gezin naar Zuid Europa af te reizen en daar rond te trekken. Hij
komt uiteindelijk na een jaar weer terug, maar zal zich daarna telkens
weer op verschillende plaatsen vestigen en ondertussen reizen ondernemen die hem onder andere naar Amerika zullen voeren, maar ook
nog veel verder door Europa, van IJsland tot Portugal en waar eigenlijk niet?
'Onderweg' is dan ook niet zomaar een titel. Bovendien is Jan een echt tekenbeest en overal waar hij komt, legt hij wat hij ziet, of ervaart
vast; in vlotte schetsen, waterverven of zelfs olieverven.
Eerste kennismaking
Bij de spiegel, 2005, olieverf op doek, 60x50cm
Met Jan van Loon maakten Laura (+2010) en ik kennis in 2006. Hij
deed dat jaar voor het eerst mee aan dele jaarlijkse Onafhankelijke
Realisten Tentoonstelling (ORT). Dat was de 9e editie en tevens de
laatste die nog in het Noord-Hollandse Venhuizen werd gehouden.
Daarna zouden we met de inboedel van woning, atelier en museum
naar Appingedam verhuizen. Sinds de herstart van het museum in dit
historisch stadje aan het Damsterdiep is Jan elk jaar bij de ORT's van
de partij geweest. Ik herinner me aanvankelijk wat moeite te hebben
gehad met zijn werk. Ik vond het vaak net wat té snel gemaakt, maar
dat eerste jaar toonde hij onder meer een schilderij van een donkere.
naakte man, met schuin achter zich een spiegel. Dat was verdraaid
snel gedaan, maar... wel raak, goed geobserveerd en met een mooie
weergave van de hoge lichtval. En ook de verdeling van warme en
koude tinten was mooi in balans gezet.
Jan van Loon in 2013, in zijn atelier hard aan het werk aan zijn bijdrage aan 'De Wereld boven tafel',
In het voorjaar van 2013 vond in Museum Møhlmann - nu gevestigd in Appingedam - de bijzondere tentoonstelling plaats 'De wereld
boven tafel'. Daarin werd niet alleen het stilleven van de schilder getoond, maar ook het stilleven in het echt: boven op tafel (of
kruk, kastje, strijkplank; van alles bleek als 'onderzetter' te worden
gebruikt). Jan kwam met een mooi schilderij 'Oud spul'. Zijn 'onderzetter' was een oud, smal kastje dat hij in Den Haag op de markt had
gekocht. Met daarop een fles plus wat oude boeken die hij op één
van zijn vele reizen achter een klooster in Frankrijk had gevonden.
Twee dingen waar hij jaren lang niks mee deed, tot dit thema hem de
inspiratie gaf er wat mee te doen. Opnieuw viel me op, hoe snel en
gemakkelijk de boel op het linnen was gezet, maar raak getroffen en
(dat konden we nu immers aan het origineel controleren) ook - in zijn
losse toets - toch zeer getrouw aan de werkelijkheid.
Vijfenzeventig
Vijfenzeventig was-ie toen. Maar in denken en doen nog een jonge
vent. Dat merkte ik toch telkens als kunstenaars hun werk kwamen brengen voor een nieuwe tentoonstelling. De meesten kwamen omzichtig met het nieuwe werk naar binnen, vaak doeltreffend
beschermd met kartonnen hoekjes om de hoeken van de lijst en veilig
verpakt in bubbeltjes plastic met soms nog daaromheen een deken.
En dan dieselde daar een enorme witte bestelbus het terrein op en...
vrrrratsj, kloink! Daar schoof een zijdeur met een knal open! Daarop
klonk een luid gestommel, wat binnensmonds gevloek, wat gekraak
van houtwerk, en dan opeens: hup-één-twee-drie, wat werken op de
rug, vaak van formaat tafellaken of eetkamerkarpet, en daar stapte
Jan van Loon in zijn overlevingsbroek en op trappersschoenen het
museum binnen. Het liefst zou hij het meteen ophangen, dan was het
maar klaar en kon hij weer door, als altijd onderweg.
In dat jubeljaar 2013, had hij tevens op vier andere plekken een expositie. Dat is iets dat Jan ook goed kan, al heeft hij 10 exposities in het
jaar dan nog heeft hij a) voldoende werk om het allemaal te vullen en
b) voldoende durf om het ook aan te pakken. De belangrijkste was in
Pictura in Groningen en hij had mij gevraagd om die te openen. Nu is
het woord mij lief en zeker als het geschreven moet worden, maar het
en public nog eens uitspreken is niet echt mijn ding. Toch gedaan en
in die toespraak memoreerde ik het intredend verval waaraan we nu
eenmaal niet ontkomen, maar waartegen Jan soms heel eigentijdse
oplossingen heeft. Zo verloor hij daags voor zijn trouwen een tand.
Hij is daarop direct met secondelijm in de weer geweest, maar dat was
toch niet zo'n succes. Het schilderij dat hij ervan maakte weer wel.
Maar de snel bedachte toepassing van de secondelijm tekent wel Jans
praktische kijk op en vlotte aanpak van dingen. Wie een glimp werpt
in de eerder genoemde bestelbus ziet in het achtergedeelte ook aardig
wat inventief timmerwerk om ook enorme lappen schilderij te kunnen
vervoeren. En voorin, in de cabine, kan men een ruig timmerwerkje
onderscheiden tussen de bestuurders en passagiersstoel. Daarop kan
gemakkelijk een thermoskan koffie worden geplaatst, alsmede een
flinke mok. In de verfijning verdient het niet direct een hoofdprijs,
maar in zijn efficiëntie scoort het behoorlijk hoog.
Jantje lacht en....
Jantje lacht. Altijd de moed erin
In diezelfde toespraak uitte ik mijn
beklag over het feit dat een man van zijn
statuur zijn 75-jarig jubileum op 4 'kleinere' plekken in het land moest vieren,
terwijl hij toch op zijn minst een breed
retrospectief zou verdienen in één van
Neerlands grote musea. Ik besloot mijn
betoogje dan ook met de vurige wens én
de vaste verwachting dat we elkaar over 5 jaar weder zouden zien in een nationaal
museum met een groot retrospectief en
een jubelende pers.
Nu zijn we 5 jaar verder en weet ik niet
of die wens nu is uitgekomen, want het
is Museum Møhlmann geworden. Misschien moeten we dit maar eenvoudig
met een Grunnigs 'kon minder' besluiten.
We hebben altijd nog 85. En daarna 90.
En natuurlijk 95. En...
Rob Møhlmann
Kunstenaar, directeur
Museum Møhlmann